Hoe ouder de knar, hoe antieker de kar

Hoe ouder de knar, hoe antieker de kar

Jaap van Brummelen

In mijn rijtuigie... Tuffen en pronken met hun klassieke auto is het summum van genot voor een relatief grote groep Drentse heren van zekere leeftijd. De dichtheid is hoog in onze provincie.

Gemiddeld één op de 64 Drenten is trotse bezitter van een bolide die ouder is dan dertig jaar. Friesland is de enige provincie waar het moyenne hoger ligt: 1 op 57. Wat is er zo mooi aan en hoe raak je besmet met dit virus? De fanatiekste verzamelaars hebben het van huis uit meegekregen. Het gehalte autoverkopers, -dealers en -spuiters is hoog.

Emmenaar Gerrit Misker kan er model voor staan. De 69-jarige autodealer in ruste heeft zijn voormalige showroom aan de Odoornerweg omgetoverd tot oldtimer-museum. Zijn collectie van zo’n veertig vierwielers wordt gegarneerd met geprepareerde dieren en kunstfoto’s, schilderijen en een verzameling miniatuurauto’s. Hij verzorgt er rondleidingen van anderhalf uur. Zijn topstukken? Twee Jaguars, waar het legendarische koppel John Steed en Emma Peel uit de seriede Wrekers jaloers op zou zijn, vechten om voorrang.

Qua emotionele waarde staat zijn MKII uit 1968 met stip op één. ,,Het was onze trouwauto.” Hij deed de bolide in 1981 van de hand. Al surfend op een verkoopsite rolde Misker zowat van zijn stoel van verbazing toen hij op de auto stuitte en het kentekennummer een déjà-vugevoel opriep. ,,Het was hem echt. Ik kon mijn ogen niet geloven.”

Een juweeltje is zijn Jaguar XK 150 roadster, bouwjaar 1959. Een wagen waar de liefhebbers het water van in de mond loopt. ,,Mijn broer heeft ’m uit Amerika gehaald en gerestaureerd. Een flinke klus, want hij was in zeer slechte staat.” Toen het oude beestje was opgelapt, namen Misker en zijn vrouw Ans hem mee terug de Grote Plas over om de legendarische Route 66 te rijden. ,,Mijn ultieme avontuur was dat. De Jaguar werd verscheept. Vanuit New York, waar we hem oppikten, reden we naar Chicago voor onze tocht door de Midwest richting Los Angeles. Een tocht van drie weken waar 66 Jaguars uit de hele wereld aan deelnamen. Wij navigeerden volledig op landkaarten over kleine weggetjes. Het model waar wij in reden, is in Amerika immens populair geweest en heeft een goede reputatie omdat er vijf keer de 24 uursrace van Le Mans mee is gewonnen. Vooral in Californië, waar het droog is, zie je ze nog. Autogekken stonden langs de kant te likkebaarden. Eén automobilist bleef midden op een kruising staan, draaide zijn raampje naar beneden en riep:I love your car! Een prachtige ervaring was dat.”

Om hem snel paraat te hebben, heeft Misker de XK 150 vooraan in het museum geparkeerd. ,,Ik kan er zo mee weg. Hij is vooral populair voor trouwritjes, maar nu met de coronacrisis komt daar helaas weinig van terecht. Er hebben al twee afgezegd.” Het toeren met oldtimers heeft hij sowieso op een laag pitje gezet om meer de weg vrij te maken voor een andere hobby: fietsen. ,,Eigenlijk vind ik dat nog veel mooier; fietsen door de natuur. Je ziet veel meer en het is nog een stuk gezonder ook.”

Gerard de Boer (77) uit Wittelte was ooit net zo gepassioneerd als Misker voor nostalgie op wielen. Hij komt uit een boerenfamilie en zo raakte hij ook besmet met het virus. De eerste auto – een Panhard Dyna – en eerste tractor – een Farmall Cub uit 1949 – van zijn vader. Daar begon het mee. ,,Die tractor had maar 11 pk. Als mijn pa er op het land mee vast kwam te zitten, moest hij het paard ervoor zetten om hem er weer uit te trekken.”

Net als zijn Emmer evenknie Misker bouwde De Boer een collectie op die uiteindelijk museumwaardig was. In zijn voormalige aardappelloods showde de agrariër niet alleen zijn eregalerij van de oude autoglorie, maar ook klassieke tractors, strijkijzers, telefoons en oude radio’s. Het gros van zijn imposante verzameling verkocht hij twee jaar geleden. Met pijn in het hart, dat wel. ,,Twee jaar lang heb ik er tegenaan gehikt, maar het werd tijd. Ik loop tegen de 80 en je hebt er altijd werk mee.”

De Boer zette zijn collectie via een online veilinghuis voor het oog van de hele wereld in de etalage. Dat heeft ie-geweten ook. ,,Liefhebbers kwamen uit Engeland, Frankrijk en Duitsland om mijn auto’s, radio’s en een bakfiets te kopen. Een complete trailer vol is naar Portugal gegaan.”

Voor het afkicken heeft-ie nog twee pareltjes staan. Een Bugatti-replica en een A-Ford. ,,Uit 1930. Nog ouder dan ik ben dus, maar hij ziet er nog altijd pico bello uit. Ik heb ’m gerestaureerd en al in 1998 gekocht van een handelaar die hem uit Canada had gehaald. Toen het draaimechanisme van een raampje stukging en de bekleding van het portier los moest, bleek de Canadese kentekenplaat er nog achter te liggen. Af en toe rij ik er nog een trouwerij mee. En als de kleinkinderen komen, vragen ze steevast: ‘Opa, mogen we met jouw oude auto rijden?’ Ze vinden het prachtig.”

Jan Dolsma (76) uit Meppel raakte als kind in de ban van auto’s. ,,Als jochie van een jaar of 10 was ik er al gek van. Als de TT afgelopen was, lag ik tussen de oude opa’s aan de Dijkmansweg bij Ruinerwold te kijken naar de stroom auto’s en motoren die uit Assen terugkeerde. Die passie van toen is nooit verdwenen.” Hij verzamelde motorfietsen van BSA en Moto Guzzi. Maar qua vierwielers gaat er voor hem niks boven Citroën. Hij is idolaat van het Franse merk. Het oudste paradepaard uit zijn stal dateert van 1929: een C4. Gekocht in 1972. ,,Die was er niet al te best aan toe. Ik heb er gigantisch veel werk aan moeten verzetten. Nu kost het dankzij internet meestal niet al te veel moeite om een onderdeeltje te krijgen, maar in die jaren ging dat een stuk minder makkelijk. Zo ging er een lange zoektocht aan vooraf voor ik de claxon van bakeliet had gevonden waar ik naar zocht. Op een tentoonstelling trof ik een Belg die er een had.” Hij steelt er jaarlijks de show mee op de Oldtimerdag in Ruinerwold.

In verband met zijn leeftijd heeft Dolsma, die in zijn werkzame jaren een reclamebureau runde, zijn collectie uitgedund. Zijn lelijke eend, een Citroën Traction en twee Mercedessen uit 1960 en 1961 heeft hij een paar jaar geleden verkocht. ,,Want wat moet je er allemaal mee hè?” Bovendien: hij heeft altijd nog keus uit drie Citroëns om een ritje te maken: Een C6, een C4 of een metallic groene DS Palace 2300 uit 1973, in de volksmond beter bekend als snoek.

Voor Dolsma het summum van genot. ,,Een snoepje is het. Citroën was er zijn tijd ver mee vooruit. Man, wat is dat genieten om daarmee over binnenwegen te zoeven. Normaal gesproken had ik er zo rond deze tijd de Elfstedentocht mee gereden, maar ja, corona hè?”

Zo verknocht als Dolsma op zijn Citroëns is, zo koestert Geert Rave (88) uit Schoonebeek zijn collectie oude Amerikanen. Die passie voor alles op wielen zit Rave in het bloed. De familie Rave heeft in Schoonebeek een reputatie van meer dan 100 jaar als rijwielhersteller, taxibedrijf, rijschool, garage en tankstation. Vorig najaar was er nog een tentoonstelling over de geschiedenis van het bedrijf.

Naast een jeep uit de Tweede Wereldoorlog (,,Daar ben ik nog een keer mee naar Normandië geweest”) en een naoorlogs exemplaar is hij vooral aan z’n klassieke Amerikanen gehecht. In het bijzonder de blauwe Chevrolet cabriolet, model special deluxe uit 1940. Bij toeval ontdekt in een houtloods in Groningen. ,,Een bedrijf uit Kampen heeft ’m helemaal gerestaureerd, tot het laatste schroefje aan toe. Ik heb er zelf ook veel aan meegewerkt. Een hoop onderdelen zijn nog uit Amerika gekomen. Ik heb ’m al 50 jaar in bezit en er zoveel mee beleefd, daar kan ik wel een boek over schrijven.”

Pareltjes zijn verder een Oldsmobile uit 1950 en een rode Studebaker model starlight champion uit 1948. De auto’s zijn niet te koop. Rave maakt zich zorgen over het stokoude erfgoed op vier wielen. Want wat blijkt? Hoe ouder de oldtimerliefhebber, hoe ouder ook zijn favoriete oldtimer. Plat gezegd: hoe ouder de knar, hoe antieker de kar. ,,De jongere generatie heeft meer met jongere modellen van BMW, Audi of Mercedes. Aangezien verzamelaars niet het eeuwige leven hebben, maak ik mij zorgen om het oude culturele erfgoed.”

Een 72-jarige Drentse verzamelaar, die niet met naam in de krant wil om te voorkomen dat hij daarmee criminelen op het spoor zet van zijn kostbare Mercedes 170 SA Cabrio uit 1950 waarvan er nog maar tweehonderd op de hele wereld zijn, herkent het door Rave geschetste beeld. ,,De jongere generatie heeft geen gevoel bij die auto’s van voor 1950, maar kickt veel meer op youngtimers.”

Verzamelaars van echte oldtimers vormen een uitstervend ras, ervaart ook Jan Gerding uit Sleen aan den lijve. Gerding is sinds 1996 voorzitter van de Hondsrug, een in 1977 opgerichte oldtimerclub die op het hoogtepunt 140 leden telde. ,,Maar de laatste 10 jaar is het ledenbestand tanende. Twee, drie keer per jaar moest ik wel naar een begrafenis”, zegt Gerding. Omdat er geen aanwas van jonge leden was, moest de club wel een vlucht naar voren maken ter voorkoming dat het voortbestaan op de tocht zou komen te staan. ,,Onze intentie is veranderd. We willen graag meer jongeren bij de club betrekken. De Hondsrug is niet meer alleen voor eigenaars van echte oldtimers, maar ook voor de liefhebber van een youngtimer zoals een Ford Escort. En dat werkt, want op een beurs in Eelde eind vorig jaar hebben we er een man of wat bijgekregen.”

Bron: dvhn 29 april 2020